Het boek Geloof in de brouwerij oogt als een vers glas bier: fris, kleurrijk en sprankelend. In een kort en bondig betoog behandelt Rolf van der Woude de opkomst, bloei en ondergang van de bierbrouwerij en azijnmakerij De Gekroonde Valk.
De geschiedenis van deze brouwerij gaat terug tot 1733. De naam is echter het meest toepasselijk op dat deel van de geschiedenis waarin de brouwerij de grootste was van Amsterdam en Nederland: de periode vanaf de jaren zestig van de negentiende eeuw tot de Eerste Wereldoorlog.
De bron van het succes was Van Vollenhoven’s Stout, een traditioneel gebrouwen bovengistend donker bier met een hoog alcoholpercentage. Maar het was meer dan dat als we de toenmalige reclame moeten geloven. Hierin wordt de stout gepresenteerd als een natuurlijk en voedzaam bier “ten sterkste aanbevolen door tal van geneeskundigen in Nederland, Frankrijk en België, voor zwakken, bloedarmen, maaglijders en zogenden”. Tot in de jaren dertig van de twintigste eeuw kon De Gekroonde Valk deze opmerkelijke gezondheidsclaim ongehinderd in stelling brengen.
Aan de geschiedenis van de brouwerij is de naam van Willem Hovy (1840-1915) onlosmakelijk verbonden. In Geloof in de brouwerij wordt het leven en werk van de veelzijdige Hovy geschetst. Zijn staat van dienst is indrukwekkend: Hij was naast ondernemer, ARP-politicus, lid van de Amsterdamse gemeenteraad, lid van de Provinciale van Noord Holland, lid van de Eerste Kamer ook weldoener. Hij richtte de woningbouwvereniging Patrimonium op en maakte financieel de oprichting van de Vrije Universiteit en het dagblad De Standaard mogelijk.
In 1858 trad Hovy in dienst van de ambachtelijke brouwerij die in handen was van zijn vader en oom W.C. van Vollenhoven. Na enkele jaren als procuratiehouder actief te zijn geweest, kreeg hij in 1867 de leiding van de brouwerij in handen. Ruim veertig jaar - tot 1912 - zou hij hier aan leiding geven en liet een winstgevende industriële onderneming achter. Hij geloofde in zijn bieren als een uitstekend, gezond en niet verslavend alternatief voor sterke drank.
Hoewel Hovy diverse moderniseringen van de brouwerij doorvoerde, was hij allerminst een innovatief ondernemer. Hij behoorde niet tot de pioniers en was eerder een trendvolger. Sterker nog: misschien was hij wel ondernemer tegen wil en dank getuige zijn ontboezeming: “Het schijnt mijn lot te zijn, mij van de Heer toegeschoven altijd zaken te moeten doen, waartegen ik niet opgewassen ben. Ik heb dat gevoel vaak (…). Dat ik zoo ontzachelijk te kort kom in al wat ik moest doen en moest zijn voor dat geene dat mij is opgedragen; waardoor ik niet ben the right man in the right place en zuchten moet, Heere neem een ander”.
Zijn reputatie als maatschappelijk verantwoord ondernemer is evenwel onomstreden. Hij betaalde zijn arbeiders relatief hoge lonen, liet hen delen in de winst en gaf hen op christelijke feestdagen betaald verlof. Tot de arbeidsvoorwaarden behoorden onder meer een pensioenregeling en een ondersteuningsfonds voor weduwen, wezen en arbeidsongeschikten. Daarnaast zette hij zijn arbeiders aan om een coöperatie te vormen zodat men goedkoop voedingsmiddelen kon inkopen en bouwde woningen voor hen.
Het grote belang van deze voorzieningen mag niet worden onderschat in een tijd dat er niet of nauwelijks sprake was van private en publieke sociale voorzieningen. Hovy zag zichzelf als een beschermheer van zijn werklieden en liet zich graag ‘patroon’ noemen. Hij achtte zich verantwoordelijk voor zowel de materiële welvaart als voor het geestelijk welzijn van zijn arbeiders.
Willem Hovy overleed in 1915 op 74-jarige leeftijd. Zijn opvolgers zagen zich geconfronteerd met een groot aantal interne en externe problemen, die zij uiteindelijk niet wisten te overwinnen. De dramatische verslechtering van de concurrentiepositie ten opzichte van onder meer Heineken en Amstel resulteerde uiteindelijk in de sluiting van de brouwerij eind 1949.
In het rijk geïllustreerde boek - het telt meer illustratie- dan tekstpagina’s - komen diverse interessante aspecten aan de orde zoals het ondernemerschap van Hovy, het personeel, het sociale beleid en de opeenvolgende families die voor en na Hovy leiding hebben gegeven aan de brouwerij. Niet al deze zaken zijn in het boek uitgekristalliseerd. Kortom: de interessante geschiedenis van De Gekroonde Valk verdient verdere aandacht. Het smaakt naar meer.
Jacques van Gerwen, voor Protestant.nl
18 januari 2010
Jacques van Gerwen is onderzoeker bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis
Naar aanleiding van Rolf van der Woude, Geloof in de brouwerij. Opkomst, bloei en ondergang van bierbrouwerij De Gekroonde Valk (Amsterdam: Bas Lubberhuizen 2009), 160 pagina’s, ISBN 978 90 5937 235 1
Meer informatie
Bierbrouwerijen.org over De Gekroonde Valk
Nieuwe reactie inzenden