Paus van de verontruste protestanten

mulligen.jpg

In de beeldvorming van de jaren zestig zet men graag de progressievelingen die afscheid namen van de kerk tegenover de conservatieven die trouw bleven aan het geloof. Deze tegenstelling doet echter geen recht aan de dynamiek die de christelijk-sociale wereld toentertijd kenmerkte. De Vrije Universiteit wijdde op 18 juni een symposium aan die dynamiek door de reactie van een aantal markante protestanten op dit roerige tijdperk te bediscussiëren. Remco van Mulligen zette de reformatorisch-evangelische voorman en paus van de verontruste protestanten J.H. Velema in de schijnwerpers.

In 2007 overleed Jan Hendrik Velema, vier dagen voor zijn negentigste verjaardag. Deze markante predikant, schrijver en bestuurder kwam uit een geslacht van christelijk-gereformeerde predikanten dat begon bij zijn vader. Al vroeg voelde hij zich geroepen tot het ambt. In 1940 ging hij in zijn eerste gemeente in Steenwijk aan de slag en na de Tweede Wereldoorlog in Bunschoten. Hier begon hij ook te schrijven voor De Wekker, het landelijk blad van de Christelijke Gereformeerde Kerken – het centrale kerkgenootschap in orthodox-protestants Nederland.

In de jaren vijftig groeide hij uit tot een van de meest gezaghebbende predikanten van het kerkgenootschap. In zijn actieve loopbaan (1940-1986) was hij vijfmaal synodepreses. Ook hield hij zich bezig met samensprekingen met andere orthodoxe kerkgenootschappen, de ‘oecumene over rechts’. De term ‘paus’ zou hij zelf ten stelligste hebben verworpen, wars als hij was van eerbetoon aan zijn eigen persoon.

‘Verontruste protestanten’, wie waren dat? In de jaren vijftig uitte Velema vanuit zijn gereformeerde denken kritiek op de opkomende verzorgingsstaat. De sociale wetgeving die de rooms-rode kabinetten invoerden, ondergroeven de positie van de kerk. ‘Een christen leeft niet van Drees, maar uit de hand des Heren.’ Waarom zou iemand die al geld geeft aan de diaconie ook nog via de belasting moeten meebetalen aan de verzorgingsstaat?

In het rumoerige jaar 1966 stelde Velema dat het Nederlandse volk een ‘revolutionaire, anarchistische trek’ had, die werd veroorzaakt door de welvaart, de verveling van de jeugd en ouders die geen gezag meer wilden uitvoeren. Dit waren sympotomen van een opkomend nihilisme van mensen die willen schoppen om te schoppen, zonder een doel te hebben. Velema ziet zich een ‘geruisloze revolutie’ voltrekken door de opkomst van de oecumenische beweging, de relativering van het gezag van de Bijbel en de veranderde normen en waarden op seksueel vlak.

Verontrusting betekende voor Velema niet dat hij alles bij het oude wilde houden. Een christen mag meegaan met de ‘tijdstroom’, maar niet met de ‘tijdgeest’. Velema volgde de maatschappelijke ontwikkelingen goed en besprak ook ideeën van progressieve tijdgenoten, maar wilde de wijsheden uit de Bijbel niet ondergeschikt maken aan die van de huidige tijd. Hij zag ook de goede ontwikkelingen die de jaren zestig en zeventig brachten: het doorbreken van de verzuiling, de toegenomen openheid, het gevoel voor de sociale nood van anderen. Toch wogen voor hem de gebreken van de tijd (secularisatie, relativisme, materialisme) zwaarder.

Hoe kan een christen het beste staan in zo’n geseculariseerde, materialistische wereld? Niet als een struisvogel. Een Schriftgetrouwe protestant moet, aldus Velema, goed op de hoogte zijn van wat er in de wereld gaande is, dat vervolgens toetsen aan de Bijbel en de gereformeerde belijdenis en vervolgens vanuit zijn of haar geloof tot een antwoord komen. Velema pleitte voor een mondige gelovige die zijn verantwoordelijkheid neemt door een alternatief te formuleren voor de misstanden van zijn tijd.

Zoals Velema in zijn eigen kerk een middenpositie bekleedde, zo deed hij dat ook in de politiek. De ARP was te verwaterd, de GPV te zeer aan de Gereformeerd-vrijgemaakte kerk gebonden, de SGP te theocratisch. Velema raakte betrokken bij de oprichting van een nieuwe politieke partij, de RPF. In die partij zag hij een Schriftgetrouwe tegenhanger van het in oprichting zijnde CDA. Uiteindelijk bekende Velema kleur en nam definitief afscheid van de ARP.

Omdat Velema vanwege zijn visie op kerk en maatschappij in eigen kring veel waardering oogstte, raakte hij ook betrokken bij de oprichting van christelijke media. Eind jaren zestig was hij een van de oprichters van de Reformatorische Persstichting ‘Koers’, ontstaan uit onvrede over de bestaande christelijke dagbladen. In 1970 verscheen de eerste Koers als tweewekelijks opinieblad en in datzelfde jaar trad Velema op als presentator voor de EO. Vlak voor zijn dood stelde Velema dat zijn keuze voor de nieuwe omroep zijn positie als predikant waarschijnlijk heeft verzwakt. Een deel van zijn gemeenteleden kon het maar moeilijk verkroppen dat hij de NCRV de rug toe had gekeerd. De EO had op hemzelf echter een positieve uitwerking, zo zag hij het zelf: aan het eind van zijn leven noemde de voormalig voorzitter zich ‘reformatorisch-evangelisch’.

Velema’s denken vertoont sterke overeenkomst met het conservatisme. Zijn conservatisme was echter geen behoudzucht: een aanhanger van de Reformatie moest niet te beroerd zijn om te hervormen als dat nodig was. Als predikant, maar ook in de politiek en de media bleef hij moeilijk te vangen in een bepaalde categorie. Hij wilde graag ‘katholiek gereformeerd’ zijn: altijd de Schrift en de gereformeerde belijdenis centraal stellen. Velema’s zwaarste kritiek trof de protestantse kring zelf: de relativering en verwereldlijking die hier vanaf de jaren zestig gaan overheersen. Hij uitte deze kritiek helder, genuanceerd en met gezag, zonder scherpslijperij. Dat maakte hem tot een van de invloedrijkste stemmen van de ‘verontrusten’, die bovendien aan de wieg stond van een nieuw ‘reformatorisch-evangelisch’ volksdeel.

Remco van Mulligen, voor Protestant.nl
11 augustus 2010

Remco van Mulligen werkt aan de Vrije Universiteit Amsterdam aan een proefschrift over de ontwikkeling van de ‘evangelisch-reformatorische’ beweging vanaf de jaren zestig.

Deze column is een ingekorte versie van de lezing die Remco van Mulligen op 18 juni 2010 onder dezelfde titel hield aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. De lezing is uitgegeven in Wouter Beekers (red.), Christelijk-sociaal in de jaren zestig. Amsterdam: Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme (1800-heden), 2010. Ter Lezing deel 6. 42 pagina’s. ISBN 9789072319296.

Nieuwe reactie inzenden

  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <br> <p>
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

  _____   _   _____   ____  
|___ / / | | ____| | _ \
|_ \ | | | _| | |_) |
___) | | | | |___ | _ <
|____/ |_| |_____| |_| \_\
Enter the code depicted in ASCII art style.