Kerk-zijn in de oude wijk: van efficiency naar presentie

noordegraaf.jpg

Het blijft rommelen  in de zorg. De vakbonden deden afgelopen week een laatste poging om de onderhandelingen met de werkgevers op een vriendelijke wijze te voeren. Door de toegenomen werkdruk heeft verplegend personeel steeds minder tijd voor een persoonlijk gesprek met hun cliënten. ‘Als ik aan de lopende band wil staan, ga ik wel in de fabriek werken,’ verzuchtte een jonge zorgverlener. Hoe zit dat met de kerk, zeker in de oude stadswijken? Verricht zij lopende-bandwerk, of neemt ze de tijd om present te zijn voor de vreugde en het verdriet van mensen in de buurt?

Kerken ontplooien via hun diaconaat en pastoraat tal van activiteiten in het veld van zorg en welzijn: de opvang van dak- en thuislozen, hulp aan verslaafden, justitiepastoraat, opvang van ex-gedetineerden, maatjesprojecten voor aidspatiënten of mensen met een psychiatrische aandoening, vluchtelingenwerk en zo is er nog veel meer te noemen.

Om de eigen werkwijze te onderscheiden van die van veel ander welzijnswerk, valt vaak de term ‘presentie’: er zijn voor de ander, het opbouwen van een relatie waarin aandacht is voor het heil en onheil dat mensen ervaren, hun vreugde en verdriet, zin en onzin. Dit betekent dat je daar tijd voor hebt en neemt. Dit staat haaks op het model van afrekenen en efficiency waarmee veel werkers op het terrein van zorg en welzijn (vaak tot hun verdriet) moeten werken.

De methode van presentie heeft haar wortels in het oude-wijkenpastoraat. Dat is een werksoort die na de Tweede Wereldoorlog opkwam in reactie op de ontkerkelijking in oude stadswijken. Van hervormde zijde verwierf de predikant G. van Veldhuizen bekendheid met zijn werk in de Rotterdamse wijk Crooswijk. In diezelfde stad was er van gereformeerde kant het club- en buurthuiswerk met J.M. van Krimpen als predikant voor evangelisatie. Al spoedig merkten de werkers dat zij moesten aansluiten bij de belevingswereld van de bewoners, wilden zij het evangelie communiceren. Door echt naar hen te luisteren en niet slechts een boodschap te brengen, kwamen zij in een leerproces. Zij gingen inzien dat ook hun eigen geloofsopvattingen en theologie gekleurd waren door hun milieu van herkomst.

De dynamiek die op gang kwam in de activiteiten, de wijze van werken en de reflectie op kerk en geloof beschrijft en analyseert predikant Jannet van der Spek in haar begin april verschenen studie De kramp voorbij. Theologische noties bij zending, presentie en kerk. Zij verrichtte haar onderzoek in opdracht van de Protestantse Theologische Universiteit, die aan haar boek op 9 april een druk bezochte studiedag wijdde.

Meer dan eens ontstond een spanningsvolle relatie tussen werkers in de oude wijken en gevestigde kerken door de radicale keuzes die de werkers maakten (solidariteit met mensen in de marge van de samenleving) en de vragen die zij stelden over kerk, theologie en geloof. Het oude-wijkenpastoraat stelde en stelt wezenlijke vragen stelde aan, om het zwart-wit te zeggen, de middenklassekerk. Daarom mag de spanning niet worden opgeheven door het gesprek uit de weg te gaan of te beëindigen. Het is juist een uitdaging om de ervaringen in het oude-wijkenpastoraat ceatief in het kerk-zijn te verwerken.

Het overnemen van de methode van de presentie is een voorbeeld van zo’n doorwerking, evenals de exposure-training voor mensen die gaan werken in het oude-wijkenpastoraat of aanverwante werksoorten, zoals het straatpastoraat en de dak- en thuislozenopvang. Deze training dompelt hen onder in de wijk en geeft hun zo goed mogelijk zicht op de dingen die wel en niet gebeuren op straat en bij mensen thuis. Zo kun je jezelf ‘betrappen’ op weerstanden en te snelle positieve of negatieve oordelen. Zo leer je ook jezelf beter kennen. Waarom kom ik tot dat oordeel? Waarom die weerstand? En zo oefen je jezelf om beter na te denken over wie je bent, juist met het oog op je beroepsuitoefening.

Studenten theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit in Kampen en Leiden moeten ook een week lang zo’n exposure-training volgen. Die wijze van kijken zou eigenlijk onderdeel moeten worden van je levenshouding, om beter te leren waarnemen en na te denken waar je staat en wat dat betekent voor de kerkelijke praktijk. Ook voor predikanten, kerkelijk werkers en vrijwilligers is de exposure een noodzaak. De belangwekkende studie van Jannet van der Spek komt hierbij uitstekend van pas.

Herman Noordegraaf, voor Protestant.nl
21 mei 2010

Herman Noordegraaf is bijzonder hoogleraar diaconaat aan de Protestantse Theologische Universiteit en geldt als deskundige op het gebied van de geschiedenis van het progressieve christendom.

Naar aanleiding van: Jannet van der Spek, De kramp voorbij. Theologische noties bij zending, presentie en kerk. Gorinchem: uitgeverij Narratio, 2010. ISBN 978 90 5263 9314.

Reacties

Nieuwe kansen voor diaconie

Allereerst wil ik benadrukken dat ik diaconie zie als een intern stukje sociaal werk van de gemeente voor de eigen leden. Ik leg dan ook geen verband tussen diaconie en zending, hoewel diaconie aan het lidmaatschap een sociaal economisch voordeel kan geven dat mond-op-mond 'reclame' kan veroorzaken.
Wie met grote stappen door de sociale geschiedenis heen gaat, constateert dat tot en met de 19e eeuw armenzorg een taak van de kerken was (toen was iedereen daar ook lid van). Dat is in de loop van de 20e eeuw naar overheid en vakbonden verschoven, zodat kerken aan diaconie een 'presentie' karakter gaven. Ik zie nu in de 21ste eeuw dat de organisatiegraad van vakbonden afneemt, zodat de onderklasse geen toegang meer heeft tot zaken als belasting invulservice, juridisch advies e.d. Ik zie ook een grote bureaucratisering van de overheid, waardoor mensen die iets nodig hebben niet meer weten waar ze moeten zijn en wat ze kunnen krijgen. Tenslotte zie ik een grote afname van fatsoen bij banken en verzekeringsmaatschappijen, waardoor ook de middenklasse met - om het maar eens plat te zeggen - oplichtingspraktijken van spaargeld wordt beroofd. Een cynische maatschappij waarin diakenen hun aanbod weer zouden moeten aanpassen.
Mijn waarnemingen.
Ikzelf heb sinds kort een boekhoudbureau en ik krijg veel vraag om bijstand vanuit de zelfkant van de maatschappij. Formulieren die ze niet ingevuld krijgen, belastingaanslagen die uit het niets komen, bedrijfjes die ze vanuit een bijstandssituatie starten om snel weer failliet te gaan, leningen waar een belachelijke verzekeringspolis aan gekoppeld is, kosten die ze niet bij verzekeraars vergoed krijgen, ik ben met ze mee geweest naar de IND, de belastingdienst, de sociale diensten, ik voel me meer een sociaal werker dan een boekhouder. Inderdaad is uiteindelijk een goedkope commerciële boekhouder (en dan een 'gekke' zoals ik) de enige hulp waar ze iets aan hebben. Bij buurthuizen en vakbonden kunnen ze niet terecht en instellingen als UWV en CWI zijn zo bureaucratisch geworden dat ze daar ook niets van kunnen verwachten.
Christendom is er ook voor de 'zelfkanters'. Mensen die nauwelijks een zinnetje in de bijbel kunnen lezen, kunnen wel gered zijn en eeuwig leven. Dat is één van de leuke dingen van juist Christendom. Als gemeente kan men weer om de 'simpele zielen' heen gaan staan, nu niet door ze geld toe te stoppen zoals in de 19e eeuw, maar door ze bij de hand te nemen in de bureaucratische doolhof waarin onze maatschappij veranderd is. Dat vergt weer een heel ander soort diaken.

Nieuwe reactie inzenden

  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <br> <p>
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

        _____           ____ 
____ |_ _| ___ / ___|
|_ / | | / __| | |
/ / | | | (__ | |___
/___| |_| \___| \____|
Enter the code depicted in ASCII art style.