Op 14 januari jl. presenteerde christenhistoricus James Kennedy zijn nieuwe boek Stad op een berg, over de publieke rol van protestantse kerken. Het eerste exemplaar werd aangeboden aan D66-politicus Alexander Pechtold, die in zijn reactie pleitte voor een heldere scheiding van kerk en staat, maar niet van kerk en straat. Protestant.nl mocht zijn lezing, die reactie uitlokte bij minister André Rouvoet, onverkort weergeven.
“Geachte aanwezigen, beste heer Kennedy,
Velen van u zullen wellicht verbaasd zijn dat juist ík vandaag dit boek in ontvangst mag nemen. Als leider van een partij die kritische Kamervragen stelt over de scheiding tussen kerk en staat en onderwerpen als euthanasie en abortus op de politieke agenda heeft gezet. Ik zal vandaag dus ook geen pleidooi houden voor een grotere rol van de kerk in de samenleving.
Maar dat D66 anti-religieus zou zijn is echt een misverstand. Dit boek heeft wel degelijk raakvlakken met mijn visie op de maatschappij. Het blijkt dat nog steeds de behoefte bestaat, om deel uit te maken van een geloofsgemeenschap. Of dit nu gaat om de islam, het christendom of juist geen geloof. Dit boek past in de maatschappelijke discussie, over de zichtbare aanwezigheid van deze geloofsgemeenschappen. Kennedy vraagt zich af, en ik citeer: “hoe krijgt het geestelijk gezag gestalte in liberaal-democratische en soms sterk ontkerkelijkte samenlevingen?.” Is het gewenst dat religies zich publiekelijk profileren?
Als sociaal-liberaal vind ik dat een individu niet op zichzelf staat, maar wordt gevormd door de gemeenschap waarin hij zich bevind. Ieder individu moet de vrijheid hebben om voor die gemeenschap te kiezen. Voor mij is God een realiteit, niet zozeer in mijn eigen hoofd of hart, als wel in die van anderen. Ik accepteer dat en respecteer dat.
Dat ik mij altijd hard heb gemaakt, voor de scheiding tussen kerk en staat, betekent niet dat ik vind dat ook kerk een straat gescheiden moeten zijn. Toen vanaf 1848 de scheiding van kerk en staat, werd doorgevoerd, werden hervormde kerken gedwongen meer nadruk te leggen op lokale gemeenten. Naar mijn mening een goede ontwikkeling. Want een kerk in de straat kan wel degelijk een positief effect hebben.
Een mooi voorbeeld uit het boek vind ik de rol die kerken hebben gespeeld in de nasleep van rampen. Na het drama in Apeldoorn op Koninginnedag, bleek de kerk voor velen een belangrijke bezinningsplek. Daar brandden de mensen een kaarsje, en zaten even stil in een kerkbankje. Het overgrote deel van de bezoekers was niet-kerkelijk. Een mooi fenomeen. Dat kerken ons voor 3 miljard per jaar ‘ontzorgen’ is ook een interessant gegeven. Lokale initiatieven van particulieren om bijvoorbeeld daklozen op te vangen, kan ik alleen maar aanmoedigen. Daarnaast vraagt Kennedy zich af of kerken, geen grotere rol moeten opeisen bij het creëren van sociale cohesie. Op lokaal niveau sta ik hier niet onwelwillend tegenover.
Maar laat ik daar meteen een kritische kanttekening plaatsen. Waar ligt de grens? Wanneer wordt de scheiding tussen kerk en staat troebel? Heiligt het doel elk middel? Moeten we een vrijwilligersorganisatie voor jongeren subsidiëren, als de baas ervan zelf zegt het doel te hebben, jongeren vertrouwd te maken met Jezus Christus en hen te helpen naar Zijn bedoelingen te leven? Voor mij werd hier een grens overschreden. De overheid moet een duidelijke scheiding maken, tussen welzijnswerk en missiewerk
Ik geloof in vrijheid. En dat betekent ook de vrijheid voor iemand om te geloven. Misschien juist wel in iets waar ik zelf niet in geloof. Maar ik hecht ook zeer aan de vrijheid om niet te geloven. Deze vrijheid komt toe aan het individu, maar is niet louter een privé-zaak. Vrijheid heeft gemeenschap nodig. Onder het sociaal in sociaal-liberaal versta ik niet alleen, het helpen van mensen die een steuntje in de rug nodig hebben. Maar ook de vrijheid om deel uit te maken van een gemeenschap.
De vraag is alleen welk soort gemeenschap. Denken we die te kunnen afdwingen met een eigen canon en het uitsluiten van bevolkingsgroepen? Of gaat het om een gemeenschap die over waarden, over het verleden en de toekomst, heel verschillend mag denken. Maar tegelijkertijd beseffen dat ze in vrede, via politieke strijd met woorden, hun lotsverbondenheid gestalte willen geven? Ik zet in op het laatste. Daarom neem ik met veel genoegen het boek ‘Stad op een berg’ in ontvangst.”
Alexander Pechtold
Protestant.nl, 29 januari 2010
Alexander Pechtold is voorzitter van de Tweede Kamerfractie van D66. Dit is een globale weergave van zijn lezing, de gesproken versie geldt.
Naar aanleiding van: James Kennedy, Stad op een berg. De publieke rol van protestantse kerken (Boekencentrum 2010).
Meer informatie:
Christelijke Encyclopedie over 'kerk en staat'
Verslag aanbieding Stad op een berg in Reformatorisch Dagblad, 14 januari 2010.
Studie Stad op een berg Theologische Universiteit Kampen.
Reacties
religieuze instellingen in het publieke domein
3 april, 2010 - 18:33 — visscher1980Betekenen de tolerantie en het respect van de heer Pechtold het aanhouden en blijven stimuleren van maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel waar christelijke organisaties heel blij mee zijn en dat ook praktiseren?
Pechtold spreekt van geestelijk gezag. Mijn vermoeden is dat dit een uitlating is over de fictieve, wellicht deels onwenselijke zichtbaarheid van kerkleiders of representanten van kerkgenootschappen in de samenleving. Kerken die maatschappelijk betrokken zijn, doen dat niet om een macht ten toon te spreiden. Zij leven het leven van Jezus Christus voor om te laten zien hoe samenleven ook kan. Dit is in mijn ogen niet anders dan de Charitas van vroeger.
Maatschappelijke contexten zijn wel veranderd sinds de scheiding van kerk en staat in 1848. Individualisering binnen de samenleving heeft effect op gemeenschapsgevoel en lotsverbondenheid die de heer Pechtold noemt. (Hij doelt in zijn brief op gemeenschapsgevoel binnen alle vormen van gemeenschap). Kerken die maatschappelijk betrokken zijn proberen effecten daarvan tegen te gaan. Mensen die aan de marge van de samenleving leven, worden opgevangen en hen wordt getoond dat ze 'er' wel bij horen. Seculiere maatschappelijke organisaties doen dat ook, maar zonder de geloofsbasis.
Het lijkt alsof hulpdiensten in het publieke domein, zoals politie en ambulance, tegenwoordig minder op hun gezagsuitoefening of autoriteit aan kunnen in het uitvoeren van hulptaken. Bedreigingen aan het adres van de diensten wijzen daarop. Desondanks zijn hulpdiensten werkzaam vanuit sets normen en waarden, verankerd in grondrechten. Deze grondrechten vinden hun oorsprong in christelijke waarden.
Een duidelijke scheiding tussen welzijnswerk en missie bestaat denk ik niet. Je kunt politieke afspraken maken over de mate waarin christelijke welzijnsorganisaties zich mogen representeren en hun werk mogen doen. Echter de basis van het welzijnswerk en de missie liggen wellicht bij elkaar, als ze al niet hetzelfde zijn. Een christelijke organisatie zal nooit de vrijheid van een individu ontnemen om zelf de keuze voor of tegen geloof te bepalen. In feite heeft de individu al gekozen zodra zij/hij, op welke manier dan ook, aansluiting zoekt bij een geloofsgemeenschap, of bij christelijk gebaseerde hulp.
Ik ben het met voorgaande reactie eens dat overheden zich niet kunnen ontdoen van bemoeienis met kerk en religie, vanwege de maatschappelijke betrokkenheid van kerken. Kernwaarden van verschillende religies (o.a. Islam en Christendom) blijken veelal in naastenliefde te liggen. Dit valt niet te ontkennen. En dat zou geen enkele politiek moeten willen ontkennen. Gevolg, lijkt mij, is dat de aanwezigheid van religieuze gemeenschappen in het publieke domein niet beperkt moet worden door een scherpere scheiding van kerk en staat. In het dienen van algemene belangen dienen overheden mijns inziens in te zien dat religieuze- of geloofsgemeenschappen daar een heel belangrijke rol in spelen.
Gelukkig onderkent de heer Pechtold de vrijheid om individueel keuzes te maken en onderkent hij de maatschappelijke context van de individu bij het maken van keuzes. Al onze keuzes als individuele burgers of als gemeenschappen hebben in de zin van hulpverlening een karakter van 'consumeren'. De ideaal en identiteit van geloofsgemeenschappen is het onvoorwaardelijk delen, produceren en creëren en tegelijk de ander zichzelf laten zijn.
Hoe zit het met de formele bescherming van religieuze gemeenschappen of individuen die zich daar toe rekenen, welzijnsorganisaties met christelijke grondslag, wanneer grondrechten worden aangepast ten nadele van hun functioneren?
Ik ben benieuwd hoeveel en hoe gemeenten de handreiking religie en het publieke domein hanteren in hun beleid.
Ik ben ook benieuwd naar volgende reacties.
Strikte scheiding kerk en staat is illusie
12 februari, 2010 - 21:21 — simone1983In de lezing van Alexander Pechtold blijkt dat hij zich sterk maakt voor de scheiding van kerk en staat. Ook andere politici van veelal seculiere partijen uiten zich vergelijkbaar. Naar mijn mening is een strikte scheiding zoals vaak wordt beoogd, echter een illusie.
Bovendien bestaat er veel (spraak)verwarring over de zogenoemde scheiding van Kerk en Staat. Het is goed te bedenken dat de overheid (de staat) van onze nu weliswaar plurale, maar vroeger christelijke samenleving nooit echt neutraal kan zijn en nog minder ooit is geweest. Het tegendeel hoort zelfs tot de wezenskenmerken van de Nederlandse samenleving. We hebben een zeer christelijk volkslied, op de euro staat een bede, ons staatshoofd wordt in de Nieuwe Kerk in Amsterdam ingehuldigd en zij is ons staatshoofd volgens de aanhef van elke wet slechts bij de gratie Gods. Op verzoek van de overheid voeren de kerken de geestelijke verzorging uit in justitiële inrichtingen, in de krijgsmacht en in de gezondheidszorg. Er is nog steeds een aantal burgerlijke gemeenten die beginnen met een ambtsgebed. De strikt radicale scheiding tussen Kerk en Staat is dan ook naar mijn mening echt een illusie. Het ontkennen van deze werkelijkheid is nog dubieuzer dan het bepleiten van de scheiding. Kerken zijn naast geloofsgemeenschap ook sociale instituties, die hoe dan ook deel hebben aan en een rol vervullen in de samenleving. Dat betekent dat de overheid, die immers een dienende functie heeft voor de samenleving en voor het algemeen belang en welzijn, zich niet van bemoeienis met kerk en religie kàn onthouden. Al was het maar omdat een deel van hun burgers hun welzijn ontlenen aan het leven als gelovigen en als lid van een kerk. Houdt dit alles dan in dat er geen scheiding bestaat of moet bestaan tussen kerk aan de ene kant en de democratische rechtstaat en het publieke domein aan de andere kant? Dat is uiteraard niet het geval, die scheiding moet er zijn, maar dan gekwalificeerd als een welwillende en, waar nodig, als een positieve en faciliterende neutraliteit van de zijde van de staat jegens de kerk. Deze vorm van neutraliteit geldt natuurlijk zowel de landelijke als ook de provinciale en gemeentelijke overheid. Toch bleek in de afgelopen tijd deze scheiding nog al eens voor onduidelijkheden te zorgen. Veel burgerlijke gemeenten wisten en weten hier niet goed mee om te gaan. Zie de debatten over de hulpverlening van Youth for Christ en Het Scharlaken Koord. Overheden zouden deze vormen van hulpverlening van vaak principieel gemotiveerde mensen moeten koesteren. In maart 2009 jaar verscheen daarom een handreiking voor gemeenten in de vorm van een rapport van de Vereniging van Nederlandse gemeenten over ‘Religie en publiek domein’. Dat rapport geeft gemeenten ruimte ook religieuze instellingen als kerken en andere christelijke hulpverleningsorganisaties te subsidiëren, mits het gaat om algemene taken, op het gebied van het maatschappelijk welzijn.
Nieuwe reactie inzenden