Dominees in spe: terug naar de klassieke vakken!

veen.jpg

Het was geen misplaatste 1-aprilgrap, de aankondiging dat de Protestantse Theologische Universiteit haar vestigingen in Kampen, Utrecht en Zwolle gaat sluiten en verkast naar Groningen en Amsterdam. Kerkhistorica Mirjam van Veen grijpt dit besluit  aan om de predikantsopleiding eens goed tegen het licht te houden. De bestudering van de Bijbel moet hierin een veel belangrijker plaats krijgen, wil een dominee in spe vaandeldrager worden van kennis en cultuur.

De Protestantse Theologische Universiteit verhuist weer. Tenminste, als de synode het wil. Terwijl ze nauwelijks drie jaar bestaat en de inkt van de overgangsmaatregelen nog amper droog is, verlegt de PthU al weer haar koers, verlaat Leiden, Utrecht en Kampen en wendt de steven richting Amsterdam en Groningen. Een mooi moment om eens na te denken over de inhoud van de domineesopleiding.

Protestantisme en opleiding zijn nauw met elkaar verbonden. Toen in de zestiende eeuw het protestantisme opkwam, was een van de doelen van deze beweging een betere opleiding voor de kerkelijk ambtsdragers. Het protestantisme was daarin niet uniek: ook humanisten beklemtoonden sterk de waarde van een bepaald soort onderricht. De opleiding van protestantse dominees (luthers of calvinistisch) kreeg van meet af aan een stevige humanistische ‘tic’ mee. Dominees moesten in staat zijn de belangrijkste teksten uit de christelijke traditie in de grondtalen te lezen en aan de gemeente uit te leggen.

Een belangrijk onderdeel van de opleiding tot dominee was daarom de studie van Hebreeuws, Grieks en Latijn. Het streven naar kennis van de grondtalen van, in de eerste plaats, de Bijbel was bijna religieus geladen. Van zestiende-eeuwers maakte zich een nauwelijks meer na te voelen opwinding meester wanneer ze in staat waren de Bijbel te lezen in de taal waarin profeten hadden gesproken en apostelen hadden geschreven.

Naast deze humanistische poot kreeg de domineesopleiding ook een systematisch-theologische poot. Predikanten moesten naar het besef van de calvinisten in staat zijn om cultuurdragers te zijn. Ze dienden een elite te zijn die niet alleen binnen de kerk, maar ook binnen de samenleving vaandeldrager was van cultuur en wetenschap. Aanstaande predikanten leerden disputeren om zich in allerlei mogelijke contexten over allerlei mogelijke onderwerpen te kunnen verantwoorden. Het praktische handwerk leerden de aanstaande dominees in de praktijk. Ze liepen geruime tijd mee met een ervaren predikant en werden geacht in de regionale kerkvergadering te preken en kritiek op hun preek te ontvangen.

Pas in de twintigste eeuw veranderde de domineesopleiding fundamenteel. De nadruk op de studie van de talen, studie van de Bijbel en op de systematische theologie werd gaandeweg losgelaten en er kwam meer ruimte voor praktisch-theologische vakken. Vanuit de sociale wetenschappen drongen waardevolle inzichten de theologie binnen. Met het argument dat dominees ook op de praktijk moesten worden voorbereid en dat een theoretische basis alleen niet voldoende was, vond binnen het curriculum een grote verschuiving plaats ten gunste van de praktische theologie en ten nadele van met name de bijbelvakken. Op dit moment besteden studenten meer tijd aan praktisch theologische vakken dan aan de bestudering van het Oude of Nieuwe Testament.

Daarmee is naar mijn mening de zaak uit het lood geraakt. De bestudering van de Bijbel behoort tot de identiteit van het protestantisme. Sterker nog: de omgang met de Schriften is die identiteit. Het leren kennen van de brontalen en van de context waarin de verschillende geschriften tot stand zijn gekomen vraagt tijd en geduld. Het vergt een soort hogere hersengymnastiek om geschriften uit een andere tijd en cultuur eigen te maken. Nu ontbreekt hiervoor de tijd.

Als een soort mantra herhalen oudere theologen dat dominees ook praktisch geschoold moeten worden en ook moeten leren hoe zij een pastoraal gesprek moeten voeren. Helemaal waar. Maar daarvoor is in het curriculum al meer dan genoeg ruimte. Het zou goed zijn als synodebesturen zich zouden laten inspireren door zestiende-eeuwse voorgangers en zich zouden afvragen hoe predikanten zo kunnen worden opgeleid dat ze vaandeldragers van kennis en cultuur kunnen zijn. Wat is de inhoud van het christelijk geloof? Welke rol kan, moet of mag het christelijk geloof in de samenleving spelen? Wie het gesprek over dergelijke vragen wil aangaan, komt vanzelf uit bij de klassieke theologische vakken.

Mirjam van Veen, voor Protestant.nl
7 mei 2010

Dr. Mirjam van Veen is docent kerkgeschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam en heeft verschillende publicaties op haar naam staan over Calvijn en het calvinisme.

Reacties

Geheel mee eens

per slot van rekening is de functie van diaken anders van die van leider van de gemeente. Misschien moet de PKN nadenken over een professonalisering van diakenen en daar de pastorale aspecten naar overhevelen.

Nieuwe reactie inzenden

  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <br> <p>
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

  _____            _          
|___ | ____ / \ ___
/ / |_ / / _ \ / __|
/ / / / / ___ \ \__ \
/_/ /___| /_/ \_\ |___/
Enter the code depicted in ASCII art style.