
Het CDA heeft in de zaak-Mauro een valse tegenstelling opgeworpen tussen recht en barmhartigheid en recht en rechtvaardigheid, vindt hoofdredacteur Lútsen Kooistra van het Friesch Dagblad. Hij blikt terug.
Het CDA zat in een wanhopige spagaat. Menig CDA’er zou als méns de Angolese Mauro willen laten blijven, maar als politicus of bewindspersoon moeten ze hem – als vanuit een hogere noodzaak – het land uitsturen. Ze geven er blijk van eronder te lijden, minister Leers voorop. Toch is dat onnodig, zelfs oneerlijk. Want de tegenstelling tussen recht en barmhartigheid is vals, net zoals die tussen recht en rechtvaardigheid.
Vanuit de wet gezien ligt de zaak eenvoudig. Een uitgeprocedeerde vreemdeling moet het land uit. Ook als het een achttienjarige is die al acht jaar in Nederland woont, er naar school gaat, in een voetbalteam zit en vloeiend Nederlands spreekt. Voor VVD, de PVV en SGP is daarmee de discussie afgelopen. Maar de vraag waar het echt om moet gaan, gaat niet over recht, maar over rechtvaardigheid. Is het recht altijd rechtvaardig en is het recht altijd barmhartig?
Een goede discussie vraagt eerst om helderheid over de betekenis van de gebruikte begrippen. Het recht is een institutie, een stelsel van wetten en regels, dat in boeken is vastgelegd. Het recht regelt het algemene, zowel in de instituties van de staat als in de samenleving. Rechtvaardigheid is iets heel anders. Dat betrekt zich niet op het algemene, maar op het bijzondere. Recht vraagt om een toepassing van de regels; rechtvaardigheid vraagt om een beslissing. Het zoeken naar rechtvaardigheid heeft niet genoeg aan het openslaan van boeken. Rechtvaardigheid wordt gevonden in de confrontatie met het onberekenbare dat zich voordoet: een specifieke persoon in specifieke omstandigheden. Het recht is voorhanden; rechtvaardigheid ontstaat in confrontatie met een appel.
Het recht – in het algemene – vindt zijn vervulling in de rechtvaardigheid – in het individuele. Rechtvaardigheid is de kritische functie ten opzichte van het recht; zij behoedt voor wetticisme. Recht en rechtvaardigheid kunnen nooit elkaars tegenpool zijn, laat staan tegen elkaar worden uitgespeeld.
In de discussies over Mauro wordt ook het begrip barmhartigheid gebruikt. En ook dat begrip lijkt dan tegenover recht te staan. Barmhartigheid is een uitgesproken christelijk begrip. In het bijbelboek Matteüs verwijt Jezus de farizeeërs dat ze de wet en barmhartigheid scheiden: ‘Jullie geven tienden van munt, dille en komijn, maar veronachtzamen wat in de wet zwaarder weegt: rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw.’ Jezus zegt vervolgens: ‘Terwijl men het een zou moeten doen zonder het andere te laten.’
Wet, recht en barmhartigheid horen bij elkaar. Dat heeft de christelijke traditie ook altijd beleden. Augustinus bijvoorbeeld houdt ze bij elkaar, en ook Thomas van Aquino. Beiden zien dat de grondslag voor die begrippen één is: liefde.
Thomas zegt dat de barmhartigheid van God niet ingaat tegen het recht, maar méér doet dan het recht: barmhartigheid is een vervolmaking van het recht. Thomas haalt een citaat aan uit de brief van Jakobus (2,13) om zijn punt te onderstrepen: barmhartigheid gaat boven het oordeel op basis van het recht.
Thomas is geen wereldvreemde idealist; hij weet kennelijk wat hem kan worden verweten door politici die vooral van wet en recht houden. Hij houdt recht en barmhartigheid bij elkaar: recht zonder barmhartigheid is wreed, en barmhartigheid zonder recht leidt tot ontbinding van de samenleving.
De discussies in en rond het CDA over recht, rechtvaardigheid en barmhartigheid ten aanzien van Mauro verlopen rommelig, oppervlakkig en oneerlijk. In plaats van zich te bekommeren over het lot van Mauro en zijn lotgenoten, vestigt het CDA alle aandacht op het eigen onvermogen en de eigen worsteling om deze zaak – het liefst zonder kleerscheuren – op te lossen.
De tegenstellingen die worden opgeroepen, zijn oneerlijk. Het beroep op de wet en het benadrukken van de juridische verantwoordelijkheid zijn een vlucht, weg van de verantwoordelijkheid die tot rechtvaardigheid oproept.
CDA-voorzitter Ruth Peetoom zei op het congres van zaterdag dat er binnen het CDA veel achterstallig denkwerk is. Dat is te merken. De partij zit gevangen in discussies die verkeerd worden gevoerd en die steeds verder lijken af te dwalen van waarvoor het hart van de partij zou moeten kloppen: recht en rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw. Er zijn voldoende mensen in de partij die wél goed hebben nagedacht; maar helaas zijn die weggezet in de galerij van mastodonten.
Ons rechtssysteem kent een plaats waar de wetten niet automatisch gelden en waar de uitkomst van een afweging niet vooraf kan worden berekend: de discretionaire bevoegdheid. Dat is de ruimte waarin de rechtvaardigheid kan worden beoefend. Die ruimte is er op allerlei terreinen en niveaus. Niet alleen voor ministers, maar ook voor ambtenaren van bijvoorbeeld de gemeentelijke Sociale Dienst.
Het vergt steeds meer moed om die ruimte te gebruiken. Er is een grote druk vanuit de omgeving (professioneel, politiek en maatschappelijk) om de ruimte die er is, toch dicht te regelen. Vaak gebeurt dat in de beslotenheid van een ambtelijke werkomgeving, maar soms ook openlijk. De PVV heeft in ruil voor haar gedoogsteun geëist dat de minister voor Immigratie en Asiel zijn discretionaire ruimte tot het uiterste beperkt. Die inperking is, doelbewust, een aanslag op de ruimte waarin rechtvaardigheid kan ontstaan.
De rechtvaardige samenleving wordt bedreigd als een minister, ambtenaar of bestuurder geen ruimte meer heeft om zijn verantwoordelijkheid te nemen voor het doen van rechtvaardigheid. De vraag is: hoe kan het CDA als partij die ‘verantwoordelijkheid’ wil nemen, samenwerken met een partij die het tot beleid maakt om rechtvaardigheid onmogelijk te maken?
De kwestie rond Mauro raakt niet alleen het hart van het CDA, maar gaat alle partijen en de hele samenleving aan. De rechtstaat wordt niet bedreigd als Mauro mag blijven. De rechtstaat wordt wel bedreigd als een minister op voorhand wordt beperkt in zijn discretionaire bevoegdheid om rechtvaardige besluiten te nemen.
De vraag is hoe lang het CDA en de VVD zich laten gijzelen door een partij die willens en wetens pogingen doet rechtvaardigheid te voorkomen.
Reacties
Raar commentaar
11 november, 2011 - 21:59 — Willem-Jan van den Eik (niet geverifiëerd)Alsof het besluit om deze vml. ama terug te sturen naar zijn familie in zijn geboorteland perse onrechtvaardig is en alleen de rechtse partijen dit niet willen inzien. De geachte hoofdredacteur gaat voorbij aan het feit dat een PvdA-politica op basis van een door een PvdA' er ontworpen wet deze jongen had willen terugsturen. Zo bezien is het CDA nu barmhartiger dan de PvdA'ster die hem zijn studievisum niet wilde laten aanvragen.
Nieuwe reactie inzenden