
Wie kaatst, mag de bal verwachten, luidt het spreekwoord. Wim Berkelaar reageert op de lawine aan reacties die zijn column op deze site heet losgemaakt.
Mijn column ‘Het religieuze geweld van professor Kamphuis’ heeft een lawine van reacties losgemaakt. Die zijn afwijzend of instemmend maar in alle gevallen emotioneel. De kerkscheuring van 1967 en de voorgeschiedenis daarvan valt onder het kopje ‘onverwerkt verleden’ en lijkt een wond die nog niet geheeld is.
Waarom strooide ik zout in de nog open wond? Om een discussie op gang te brengen over de wijze van omgang in de gereformeerd-vrijgemaakte wereld, die tot de op de dag van vandaag door angst en conformisme beheerst lijkt te worden. Maar eerst mijn eigen omgangsvormen. Was het stuk over professor Kamphuis niet bikkelhard en maakte ik mij niet schuldig aan wat ik de professor verwijt: een harde manier van polemiseren? Die constatering deed hoofdredacteur Peter Bergwerff in zijn boeiende beschouwing op zaterdag 28 januari in het Nederlands Dagblad.
Ik erken dat mijn stuk hard was en zie ook wel in dat ik het m’n critici gemakkelijk maakte: nu kon de boodschapper onthoofd worden zonder de boodschap te horen. Veel critici vielen over mijn harde toon en m’n moment van schrijven: zo kort (vijf weken) na het sterven van professor Kamphuis. Ik begrijp dat dit de wenkbrauwen doet fronsen. Professor Kamphuis was evenwel een publieke figuur die decennia lang welbewust aan de weg timmerde. Als zo iemand sterft, is dat een moment zijn leven te overdenken.
In vroeger eeuwen was een overlijden dikwijls aanleiding om in lijkreden en necrologieën van predikanten en professoren te debatteren en te polemiseren. In die traditie staat mijn stuk, al besef ik dat dit voor de vrouw, kinderen en kleinkinderen van professor Kamphuis pijnlijk is. Ben ik ‘een laffe hond’, zoals op de website te lezen viel? Durfde ik deze kritiek bij leven van Kamphuis niet te leveren? Wie dat beweert, kent mij niet: ik ga geen enkele pennenstrijd uit de weg, zoals uit eerdere publicaties tot dusver gemakkelijk valt af te leiden.
Waarom deze harde kritiek op professor Kamphuis? De directe aanleiding was prikkeling over de necrologieën die in het Nederlands Dagblad waren verschenen. Vooral de bijdrage van professor Douma wekte ergernis. Deze emeritus, die in de jaren zeventig zelf de vrijheid nam om zijn gereformeerde belijdenis in rapport te brengen met de ‘vragen des tijds’, liet in zijn herdenking niet na de lezer nog eens zijn ‘zorg over de koers van de gereformeerde kerken vrijgemaakt’ in te wrijven.
De boodschap was niet mis te verstaan: wijlen professor Kamphuis en professor Douma waren verenigd in hun ‘verontrusting’ over de nieuwe wegen die de gereformeerde kerken vrijgemaakt sinds jaar en dag gaan. Is dat niet hun goed recht? Zeker. En toch gaat er in die ‘verontrusting’ een geest schuil, die de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt decennia lang een sfeer van angst, conformisme en wantrouwen hebben bezorgd.
Die sfeer lijkt mij te zijn ontstaan na het plotselinge overlijden van professor Schilder in 1952. Schilder was de natuurlijke leider van de Vrijmaking: een begenadigd theoloog, een kunstzinnige ziel en een scherpzinnig polemist zonder wie de GKV er nooit zou zijn geweest. Schilders dood sloeg een gat in de GKV, dat zonder erkend leider verder moest.
In die situatie wierp J. Kamphuis, gesteund door onder meer de invloedrijke journalist K.C. van Spronsen, zich op als voorman van de ‘doorgaande reformatie’. Tot welk een onverkwikkelijke strijd dit beoogde leiderschap al in de jaren vijftig leidde in het tijdschrift De Reformatie, valt terug te lezen in het informatieve artikel dat historicus en journalist Willem Bouwman publiceerde in het eerste deel van Vuur en Vlam – het drieluik van merendeels jonge vrijgemaakte historici, waarin een voortreffelijk begin gemaakt werd met verwerking van onverwerkt verleden.
Het probleem met Kamphuis’ leiderschap was dat het afgedwongen moest worden en niet als vanzelfsprekend werd ervaren. Zijn polemieken (en die van iemand als zijn collega professor Trimp) waren ongetwijfeld oprecht bedoeld. Peter Bergwerff geeft daarvoor nog eens het motief: Kamphuis’ bekommernis om het ‘gewone kerkvolk’.
Die bekommernis had evenwel een ernstige schaduwzijde: hij, Kamphuis, wilde theologen en andere intellectuelen gedachten laten censureren. Dat, terwijl zij (Veenhof, Jager) Kamphuis’ leiderschap niet wezenlijk erkenden. En hoe zouden ze ook, want Kamphuis, hoewel een muzisch man van grote talenten, miste nu eenmaal de statuur en geschiedenis van K. Schilder. Dat valt Kamphuis niet aan te wrijven. Niemand in de vrijgemaakte gemeenschap kon in de schaduw van Schilder staan.
Wat hem en anderen wel valt aan te wrijven, is dat ze de vrije gedachtenvorming in gereformeerde kring in diskrediet probeerden te brengen. Peter Bergwerff stelt dan wel dat in de strijd rond de kerkscheuring van 1967 van ‘twee kanten’ fouten zijn gemaakt – hij gaat daarmee voorbij aan het feit dat Kamphuis en de zijnen wantrouwen zaaiden over het zoeken naar een iets andere houding die de hunne niet was. Er ontstond in het GKV een geest van wantrouwen en exclusivisme, die slachtoffers eiste.
De kerkstrijd mag dan niet de directe doodsoorzaak van ds. Bouwsma zijn geweest, zoals ik in mijn column abusievelijk schreef, zijn zoon merkt in een ingezonden brief in het Nederlands Dagblad niettemin op dat die strijd wel heeft bijgedragen aan het overlijden van zijn vader. En wie alleen al het kerkelijk jaarboekje van 1969 erop naslaat, ziet meer slachtoffers van de kerkstrijd. Ik noem J. Groen uit Groningen, J.R. Wiskerke uit Middelburg en M.A.J. van Putten uit Maartensdijk. Notabene: niet ik, maar de in memoriam-schrijvers noemen de kerkstrijd als een oorzaak van hun afnemende gezondheid en dood – het is voor iedereen na te lezen.
Wim Berkelaar is als historicus verbonden aan het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme aan de Vrije Universiteit
Reacties
De dorpspomp
5 februari, 2012 - 20:27 — Jaap (niet geverifiëerd)Wanneer een mening niet geventileerd mag worden omdat het 'dorpspomp-praat' zou zijn, dan zijn we terug in '67. Mensen worden dan monddood gemaakt. Kennelijk is er met de dood van prof. Kamphuis dan niet veel veranderd...
Wie verdeeldheid zoekt of maakt is een werktuig in handen van de verdeler... (wat was daar ook weer het griekse woord voor?)
Wat is waarheid?
5 februari, 2012 - 13:34 — M. Hollaar (niet geverifiëerd)Ik heb geschreven dat het praatjes bij de dorpspomp zijn. Dit zgn verhelderend verhaal is er een schepje bovenop. Let toch op wathet 9e gebod zegt en bedoelt: de goede naam beschermen van je naaste! Doe dat dan ook en ga geen persoonlijke gevoelens of ideeën ventileren over zaken waar je geen echte kennis van hebt!
Waaorom? Om je eigen gelijk?
niet in alle gevallen emotioneel
4 februari, 2012 - 03:38 — Arend Smilde (niet geverifiëerd)Waren de reacties "in alle gevallen emotioneel"? Met dat oordeel moet je ook alweer oppassen. Het loutere feit dat iemand op zo'n artikel reageert kan al de indruk wekken van een emotionele reactie.
De mijne was dat zeker niet. Ik vroeg of een Waarheidscommissie niet te veel eer is voor deze zaak, d.w.z. of men nu echt niets beters te doen heeft. Die vraag is serieus bedoeld en niet als afleidingsmanoeuvre omdat ik de waarheid in kwestie niet zou willen weten of omdat ze me niet zou interesseren.
Even later was er iemand die aandrong op een definitie van "religieus geweld". Een heel terechte opmerking, die ik zelf had willen toevoegen maar dat hoefde dus niet meer.
Zo is er uit de reacties wellicht nog meer te destilleren dat niet emotioneel is maar dat daarom misschien des te meer om een reactie vraagt. Ik ben benieuwd.
Nieuwe reactie inzenden