De evangelische studentenvereniging Ichthus organiseerde twee maanden geleden een ‘appèlweek’. In vier dagen werd met een gezamenlijke maaltijd, een debat, een kleinkunstavond, vrijwilligerswerk en een afsluitend feest geprobeerd het hedendaagse Ichthus te typeren en tegelijkertijd de verbondenheid met het verleden te benadrukken. Vijftig jaar geleden was er namelijk ook een appèlweek. Deze vormde in november 1959 de eerste aanzet tot de oprichting van Ichthus, drie maanden later.
De oprichting van Ichthus vond dus plaats in een periode van betrekkelijke rust in kerkelijk Nederland. Ook de twee grote protestantse studentenverenigingen, de Nederlandse Christen-Studenten Vereniging (NCSV) en de Societas Studiosorum Reformatorum (SSR), lieten pas in de jaren zestig en zeventig op grote schaal hun reformatorische identiteit los. Ichthus werd opgericht door Utrechtse studenten die bijbelstudie en evangelisatie belangrijk vonden. De appèlweek van 1959 was aanvankelijk bedoeld als een eenmalige evangelisatieactie, maar een zestal studenten besloot het werk een meer permanent karakter te geven. Dit leidde tot de oprichting van de Evangelische Studentenbeweging Ichthus op 25 februari 1960.
De eerste Ichthianen waren allen lid van Youth for Christ en misten bij die organisatie activiteiten die specifiek op studenten gericht waren. YfC was direct na de Tweede Wereldoorlog naar Nederland gekomen met als doel een ‘spiritual invasion’ te bewerkstelligen. De Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerk in Nederland werden te star en dogmatisch bevonden. Youth for Christ, met als belangrijke voorman de Amerikaanse evangelist Billy Graham, wilde hervormden en gereformeerden ‘bekeren’, zodat hun geloof in Christus weer ‘levend’ zou worden. De organisatie werd in Nederland gedomineerd door evangelische christenen en mensen uit de nog zeer kleine pinksterbeweging, maar streefde naar goede banden met de hervormde en gereformeerde kerken.
Vijftien jaar later, toen Ichthus werd opgericht, waren de banden met de reformatorische kerken slecht. Youth for Christ had een antikerkelijk imago en werd vanwege haar appèl op emotie en gebruik van eigentijdse middelen (theater en jazzmuziek) door veel ‘traditionele’ protestanten afgekeurd. Ichthus stond daardoor al direct in een geïsoleerde positie. Tijdens de Appèlweek hadden nog de studentenpredikanten van de NCSV en de SSR meegewerkt en de eerste Ichthianen waren vaak tegelijk lid van andere al dan niet christelijke studentenverenigingen, maar banden met de kerken waren er niet. De nieuwe beweging lag in het verlengde van de Amerikaanse (‘on-Nederlandse’) revivalbeweging die door de veel rationeler ingestelde Nederlandse protestanten met argusogen werd bekeken.
Gedurende de jaren zestig was Ichthus vooral een Utrechts fenomeen. De zes YfC-studenten wisten een dertigtal leden te werven en richtten zich op evangelisatie binnen de NCSV en de SSR. Ichthus bestond destijds vooral uit gereformeerden en hervormden die sympathiek stonden tegenover het Amerikaanse neo-evangelicalisme. De evangelisatieavonden die Ichthus onder andere in Tivoli belegde waren georganiseerd naar model van de rallies van Youth for Christ: er was gospelmuziek, gebed en een altar call: de oproep naar voren te komen en ‘je leven te geven aan Jezus’. De sprekers waren Nederlanders die sympathiek stonden tegenover de evangelische beweging zoals de predikanten W. Glashouwer en O. Jager en de evangelist Sidney Wilson. Soms werden er buitenlandse sprekers uitgenodigd, vooral afkomstig uit de angelsaksische wereld.
In de tweede helft van de jaren zestig werden in de meeste studentensteden nieuwe afdelingen van Ichthus opgericht. Dit keer vormde niet alleen de behoefte om te evangeliseren en een revival te bewerkstelligen de drijfveer, maar was er ook een meer defensief motief. In de meeste steden vond er in de periode 1965-1975 een rap intern secularisatieproces plaats bij de bestaande christelijke studentenverenigingen. De nieuwe afdelingen van Ichthus concentreerden zich net als hun ‘vader’ in Utrecht op evangelisatie, bijbelstudie, gezamenlijk eten en bidden. Ichthus heeft altijd een braaf imago gehad: geen studentikoziteit, de pullen werden gevuld met jus d’orange in plaats van bier en onder andere in Groningen stond de vereniging vooral bekend vanwege het feit dat ze maaltijden aanbood waarbij pannenkoeken werden geserveerd. Pas in de laatste tien jaar worden enkele lokale Ichthussen langzaam iets studentikozer.
Een echte ‘doorbraak’ is er voor Ichthus nooit gekomen. Daarvoor was de concurrentie te groot. In 1966-1967 waren er wederom studenten die verbonden waren aan Youth for Christ en gingen evangeliseren, dit keer in Utrecht en in Delft. Zij verbonden zich aan de internationale beweging van de Navigators. Ook hier stond evangelisatie centraal, ook de Navigators kwamen voor het grootste deel uit hervormde en gereformeerde kringen en ook zij bleven aanvankelijk lid van andere studentenverenigingen om daar te kunnen evangeliseren. Naast Ichthus en de Navigators bestond er aan orthodox-reformatorische zijde nog concurrentie van de vrijgemaakt-gereformeerde VGS-en en de bevindelijk-gereformeerde CSFR-disputen.
Het totaal aantal Ichthianen ligt momenteel rond de 700. Vooral in steden waar de Navigators het minder goed doen is Ichthus groot. Zo had Ichthus Groningen op haar hoogtepunt in 2004 ongeveer 220 leden. In de jaren die volgden bloeide de zieltogende lokale Navigator-afdeling op, met als gevolg dat het aantal Ichthianen weer afnam. De twee verenigingen lijken voor een groot deel communicerende vaten te zijn. In deze situatie van grote concurrentie is Ichthus in de vijftig jaren van haar bestaan altijd een redelijk marginaal verschijnsel gebleven.
Remco van Mulligen, voor protestant.nl
16 december 2009
Remco van Mulligen werkt aan de Vrije Universiteit Amsterdam aan een proefschrift over de ontwikkeling van de ‘evangelisch-reformatorische’ beweging vanaf de jaren zestig.
Zie ook:
www.ichthuslandelijk.nl
http://appelweek.nl
Nieuwe reactie inzenden