In de beeldvorming van de jaren zestig zet men graag de progressievelingen die afscheid namen van de kerk tegenover de conservatieven die trouw bleven aan het geloof. Deze tegenstelling doet echter geen recht aan de dynamiek die de christelijk-sociale wereld toentertijd kenmerkte. De Vrije Universiteit wijdde onlangs een symposium aan die dynamiek en bediscussieerde de reactie van een aantal markante protestanten op dit roerige tijdperk. Netwerk-verslaggever en wetenschapper Wilfred Scholten nam ARP-voorman Barend Biesheuvel voor zijn rekening.
Na de roerige jaren zestig leek de Anti-Revolutionaire Partij de tijdgeest aardig bij te benen met zijn evangelisch-radicale koers tegen een filosofie van vrijheid-blijheid. Niet dat de partij een pasklaar antwoord had op alle problemen die speelden. ‘Geef ons de tijd’ is misschien wel de beste omschrijving van de manier waarop ARP-voorman Barend Biesheuvel met de snelle veranderingen van de jaren zestig omging. Biesheuvel wordt door politicologen getypeerd als iemand van de generatie ‘regelaars’, politici die minder ideologisch bevlogen waren dan hun voorgangers en die politiek niet zozeer zagen als een strijd, maar meer als een manier om zaken te doen en kwesties te regelen, met het harmoniemodel als uitgangspunt.
Barend Biesheuvel stamde uit een echt ARP-nest. Hij groeide op in een boerengezin in de gereformeerde zuil, maar zat er niet in opgesloten. Hendrik Colijn en Abraham Kuyper waren zijn grote voorbeelden en hij koos voor een rechtenstudie aan de gereformeerde Vrije Universiteit. Na zijn studie werd hij actief in de Christelijke Boeren- en Tuindersbond en in 1956 kwam hij in de Tweede Kamer terecht. Anders dan de meeste ARP-ers was Biesheuvel een man van de wereld. Voor zijn werk was hij veel in het buitenland geweest en zo had hij een pragmatische houding en oog voor de mondiale en politiek-maatschappelijke veranderingen ontwikkeld. Als een van de Nederlandse pioniers in de EEG en lid van het Europees Parlement keek hij over grenzen heen en ontdekte dat je prima met katholieken kon samenwerken.
In 1963 werd Biesheuvel lijsttrekker van de ARP. Bij de formatie wist hij het te schoppen tot minister van Landbouw en vice-premier. In Brussel voelde hij zich als een vis in het water en wist hij de Nederlandse boerenbelangen uitstekend te verdedigen. Zijn kabinet van confessionelen en liberalen was echter geen lang leven beschoren. Hierna vormde de ARP met de PvdA een progressief kabinet dat halverwege de jaren zestig pretendeerde de tijdgeest beter te verstaan. Biesheuvel kwam opnieuw op Landbouw terecht en werd ook nu vice-premier.
Dit kabinet-Cals ontmoette veel maatschappelijke tegenwind. Ondanks de opkomst van de Provo’s en de rellen rond het huwelijk van kroonprinses Beatrix verdedigde Biesheuvel zijn kabinet, ook tegen de eigen partijgenoten. Er moest nu eenmaal flink worden geïnvesteerd in woningbouw, wegen en onderwijs. Zijn redevoeringen ademden een positieve, optimistische sfeer.
Najaar 1966 viel ook dit kabinet waarin Biesheuvel zitting had. Bij de verkiezingen van 1967 werd Biesheuvel weer lijsttrekker. Zelf ging hij het liefst opnieuw aan de slag met de PvdA, maar dan moest deze laatste geen grote ruk naar links maken. Zelf zag hij de ARP als een voorhoedepartij die als einddoel een ‘harmonische samenleving’ had. Het kleurloze midden moest het ARP vermijden. De ooit zo conservatieve partij had de bocht genomen naar een vooruitstrevende politiek, gebaseerd op een progressieve interpretatie van bijbelse waarden. De partij voer niet alleen mee op de golven van de tijd, maar borduurde tegelijk voort op de ideeën van de jonge Kuyper.
Bij de verkieizngen van 1967 won de ARP twee zetels. In een moderne campagne had Biesheuvel een brede groep kiezers weten aan te spreken, van Bunschoten-Spakenburg tot VU-intelligentsia. Een vooruitstrevend kabinet met de PvdA zat er echter niet in en de formatie van een kabinet met de VVD mislukte. Als fractievoorzitter in de Tweede Kamer leidde Biesheuvel de ARP vanuit de oppositiebankjes met veel humor, flair en charisma. In de Vietnam-kwestie werd de ARP inderdaad de zo vurig gewenste voorhoedepartij. Amerika moest zijn strijd staken en vrede sluiten – een opvatting waarmee de ARP de PvdA links inhaalde.
De radicale vleugel binnen zijn eigen partij hield Biesheuvel graag binnen boord. De progressief-radicalen van de PPR wilden echter dat Biesheuvel een nog scherpere bocht naar links zou nemen. Dat Biesheuvel ijverde voor christendemocratische samenwerking met KVP en CHU viel slecht bij hen. De groeiende samenwerking tussen de drie confessionele partijen (ARP, KVP en CHU) en de interne radicalisering van de ARP leidden tot grote spanningen, maar toch bleef Biesheuvel in zijn rol als fractievoorzitter in deze woelige jaren de koningsmantel met gratie dragen.
De jaren zestig waren achteraf gezien zijn mooiste periode, zou hij zelf zeggen, en niet de jaren zeventig waarin hij als premier zijn eigen kabinet niet bijeen zou weten te houden. ‘De nieuwe tijd klopt aan de deur en vraagt toegang’ zei hij op het partijcongres in het voorjaar van 1970, ‘de maatschappij schuldt en dreunt op haar grondvesten’. Maar hij was niet bang voor de veranderingen en zag graag dat burgers actieve, mondige leden van de samenleving werden. Op sociaal-economisch, cultureel-maatschappelijk en international vlak was de ARP in de jaren zestig bij de tijd gekomen als voorhoedepartij in christelijk Nederland. Hoewel Biesheuvel deze gereformeerde emancipatie niet zou voltooien, was hij van dit ideaal wel de vertolker.
Wilfred Scholten, voor Protestant.nl
6 augustus 2010
Drs. W.F. Scholten is werkzaam als politiek verslaggever bij NCRV-Netwerk en werkt bij het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme van de Vrije Universiteit aan een proefschrift over Barend Biesheuvel.
Deze column is een ingekorte versie van de lezing die Wilfred Scholten op 18 juni 2010 hield aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. De lezing is uitgegeven in Wouter Beekers (red.), Christelijk-sociaal in de jaren zestig. Amsterdam: Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme (1800-heden), 2010. Ter Lezing deel 6. 42 pagina’s. ISBN 9789072319296.
Nieuwe reactie inzenden