12 miljoen oude bijbelwoorden in een nieuwe jas

sijs.jpg

Woensdag 10 maart 2010 gaat de 75e Boekenweek van start. Ter ere van dit evenement, dat dit jaar in het teken staat van jeugd en opgroeien, besteedt historisch taalkundige Nicoline van der Sijs aandacht aan het boek dat onze Nederlandse taal misschien wel volwassen heeft gemaakt: de Statenvertaling uit 1637.

In juni 2007 deed ik in een aantal media een oproep voor vrijwilligers om mee te werken aan het digitaliseren van de Statenvertaling uit 1637. Het belang van dit boek, de eerste Nederlandse Bijbel die direct vanuit de Hebreeuwse en Griekse grondtaal is vertaald, hoef ik voor Protestant.nl niet uit te leggen. Het argument om vrijwilligers over de streep te trekken, was dit: alleen een digitale editie – een editie die je compleet kunt doorzoeken – is geschikt voor taalkundig, literair en theologisch onderzoek. Instanties die het digitaliseren van de Statenvertaling wilden bekostigen, waren er niet. Daarom riep ik op om zelf de hand aan de ploeg te slaan.

Dat heb ik geweten! Tot mijn verrassing boden meer dan 350 mensen spontaan hun medewerking aan. Waardoor onverwachts een luxeprobleem ontstond: het aantal vrijwilligers was te groot om tegelijkertijd aan te sturen. Uiteindelijk zijn 135 vrijwilligers aan de slag gegaan, waarvan 100 meegewerkt hebben aan de Statenvertaling. De groep vrijwilligers is homogeen voor wat betreft opleiding, kwalificatie en motivatie: alle drie zeer hoog. Op alle andere gebieden is de groep zeer verschillend: zo loopt de leeftijd uiteen van 20 tot 86, de geloofsrichting is divers, de woonplaats ligt niet alleen in Nederland en België maar ook in San Salvador, Ivoorkust, Finland, Italië en Duitsland. Studie, beroep of achtergrond varieert van beta tot alfa en alles daartussenin.

Dit bonte gezelschap van vrijwilligers ging welgemoed aan de slag. Ieder nam om te beginnen een portie van tien volgedrukte foliovellen op zich, en de meeste medewerkers lieten zich overhalen tot het transcriberen van minstens één andere portie. Dat transcriberen gebeurt op grond van behoorlijk ingewikkelde instructies. Je moet niet alleen beslissingen nemen over de manier waarop de tekst wordt overgetikt, maar er moeten ook coderingen aan de tekst worden toegevoegd om het geheel netjes op internet te kunnen plaatsen. Het werk van de transcribenten wordt vervolgens door vrijwillige correctoren gecorrigeerd, waarna alle porties tot bijbelboeken aan elkaar gesmeed worden en een tweede technische correctie doorlopen.

Begin januari 2008, dus na amper een half jaar, kon de tekst van de Statenvertaling aan de verschillende instanties worden overgedragen. Toen konden we ook tellen hoe omvangrijk de tekst was. We weten nu dat de complete tekst van de Statenvertaling bijna 2,6 miljoen woorden bedraagt en dat er bijna 70.000 kanttekeningen zijn toegevoegd.

Door de onverwacht grote hoeveelheid reacties konden ook andere bijbelvertalingen uit de vijftiende, zestiende en zeventiende eeuw onderhanden genomen worden. Inmiddels zijn de Delftse bijbel uit 1477, de Leuvense bijbel uit 1548, de Lutherse bijbel uit 1648 en de Deux-Aesbijbel uit 1562 op internet geplaatst. Binnenkort volgen er vijf kerkboeken: van Dathenus, Van Haecht, De Brune, Marnix en het Boek der Psalmen (‘de oude berijming’) uit 1773. Er wordt gewerkt aan de tweede druk van de Statenvertaling uit 1657, de Liesveltbijbel uit 1542, de Biestkensbijbel uit 1560, de Vorstermanbijbel uit 1528/1531 en het Nieuwe Testament van Utenhove uit 1566. Uiteindelijk zal er een corpus aan bijbelteksten voor onderzoek beschikbaar komen van meer dan 12 miljoen woorden!

En daarnaast zijn ook nog andere, kleinere teksten uit de zeventiende en achttiende eeuw verwerkt door de vrijwilligers. Dankzij het werk van een aparte groep vrijwilligers met Friestalige achtergrond is het ook gelukt de oudste Friese bijbelvertaling, die van dominee Wumkes uit 1943, en de Nieuwe Friese bijbelvertaling uit 1978 te digitaliseren.

Door de enorme inzet van alle vrijwilligers kon en kan dus veel meer werk verricht worden dan aanvankelijk was voorzien. De werkzaamheden zijn inmiddels geprofessionaliseerd: Hans Beelen trad toe als deelprojectleider. Hij is verantwoordelijk voor de coördinatie van het digitaliseren van een groot aantal van de genoemde bijbels. Begin 2009 is de Stichting Vrijwilligersnetwerk Nederlandse Taal opgericht, met een bestuur dat bestaat uit de twee coördinatoren en vrijwilliger Herman Wiltink. Er zullen nog diverse digitale edities volgen, zowel van religieuze als wereldlijke teksten. En zo toont het Bijbeldigitaliseringsproject prachtig aan hoe vele  handen het werk licht maken.

Nicoline van der Sijs, voor Protestant.nl
8 maart 2010

Dr. Nicoline van der Sijs (1955) is historisch taalkundige en publiceert vooral over de geschiedenis van het Nederlands en de etymologie van de Nederlandse woordenschat. In 2006 ontving zij de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs voor de Geesteswetenschappen voor haar gele oeuvre. Ter gelegenheid daarvan publiceerde zij bij Sdu Uitgevers het Calendarium van de Nederlandse taal, waarin de geschiedenis van het Nederlands wordt gepresenteerd in vele duizenden, chronologisch geordende feiten.

De gedigitaliseerde bijbelvertalingen zijn, met verschillende opmaak, te vinden op de volgende websites:
Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse letteren
- Nederlands Bijbelgenootschap, via biblija.net en bijbelsdigitaal.nl
- Instituut voor Nederlandse Lexicologie

Nieuwe reactie inzenden

  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <br> <p>
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

  _____   _____   _       _____ 
|_ _| |___ / | | |___ |
| | |_ \ | | / /
| | ___) | | |___ / /
|_| |____/ |_____| /_/
Enter the code depicted in ASCII art style.