Journalist en schrijver (Harlingen 9 november 1899 - Baarn 4 mei 1971)
Het is 14 mei 1940, de dinsdag na Pinksteren. De Duitse Luftwaffe legt het centrum van Rotterdam in de as, Nederland capituleert. De Nederlandse marine neemt de wijk naar Engeland. Het in Enkhuizen gestationeerde IJsselmeerflottielje zit echter in de val. Die nacht (Norel zou het later in zijn trilogie Varen en vechten beschrijven) dreunt Enkhuizen op zijn grondvesten. Het flottielje wordt opgeblazen. Het mag niet in Duitse handen vallen.
De troosteloze aanblik van halfgezonken en zwartgeblakerde wrakken grijpt Norel de volgende ochtend naar de keel. Die dag, 15 mei, verschijnt de in Enkhuizen en omstreken verschijnende Vrije Westfries, waarvan Norel hoofdredacteur is, met een dikke rouwrand. Ook in de weken die volgen blijft Norel in het blad uiting geven aan zijn woede over de Duitse inval. Dat kan natuurlijk niet goed gaan. Eind juni 1940 verdwijnt Norel achter de tralies van het Huis van Bewaring aan de Amsterdamse Weteringschans, als eerste journalist in bezet Nederland.